10 grammaticale fouten die je over laten komen als een gekke koe

Bijgewerkt: 10 oktober 2022

Schrijf je correcte zinnen of wil er wel eens een foutje insluipen? Geen enkele tekstschrijver is perfect, maar er zijn een aantal grammaticale fouten die je moet vermijden. Dat zijn fouten waardoor je dom overkomt, of in ieder geval als een gekke koe.

1. Jou of jouw

Ik hou van jou. Goed, maar ik hou voornamelijk van jouw auto. Er is een verschil tussen jou en jouw. Jou is een persoonlijk voornaamwoord, jouw is juist een bezittelijke voornaamwoord. Oftewel: wanneer de ander iets bezit dan gebruik je het bezittelijke voornaamwoord.

Bijvoorbeeld: jouw kapsel, jouw auto en jouw relatie.

Jou is het persoonlijk voornaamwoord en gebruik je om een persoon aan te duiden. Dat is bijna altijd je gesprekspartner.

Bijvoorbeeld: ik hou van jou, ik zag jou fietsen.

2. Groter als of groter dan

Problemen om meer verkeer naar je website te krijgen?

Hoi, ik ben Bianca en help websites doorgroeien. Zal dit jouw website zijn?


Met mijn 1,60 meter kan iemand al snel zeggen dat hij groter is, daar hoef je niet veel voor te doen. Of is hij groter als mij? Voor velen zorgt dit voor twijfel: is het groter als of groter dan?

Wanneer je het over de vergelijkende trap hebt dan gebruik je altijd het woord ‘als’. Wanneer iemand even groot is dan zeg je dus ‘hij is net zo groot als mij’.

‘Dan’ gebruik je bij de vergrotende trap. Bijvoorbeeld: hij is groter dan mij. Overigens moet hierbij gezegd worden dat je na het woordje dan of als liever een persoonlijk voornaamwoord gebruikt. Dus: hij is net zo groot als ik of hij is groter dan ik. Dat waren dus twee grammaticale fouten.

3. Die of dat: verwijswoorden

Nog een veelgemaakte grammaticale fout is die of dat. Denk hier maar eens over na: “de fiets dat in het fietsenrek staat”. Voor sommigen klinkt het verkeerd, anderen zien hier geen fout in. Het moet zijn: “de fiets die in het fietsenrek staat”.

Hoe weet je of je die of dat als verwijswoord moet gebruiken? Hier is een handig trucje voor. Krijgt het zelfstandig naamwoord het lidwoord de, dan gebruik je die als verwijswoord.

Bijvoorbeeld: de fiets die in het fietsenrek staat, de man die op straat loopt.

Gaat het zelfstandig naamwoord gepaard met het lidwoord het? Dan gebruik je het verwijswoord dat. Voorbeelden:

Het kind dat speelt, het probleem dat niet wordt opgelost.

Maar hoe zit het met het lidwoord een? Zoals een fiets, een kind of een man? Het lidwoord ‘een’ gebruik je altijd bij onzijdige woorden, en die krijgen automatisch het lidwoord het en het verwijswoord dat mee. Mannelijke en vrouwelijke woorden krijgen de en die.

Hoe weet je of een woord mannelijk, vrouwelijk of onzijdig is? Dat weet je niet. Vaak is het een kwestie van gevoel, maar je kunt het ook opzoeken in het Groene boekje (woordenboek). Of probeer het woord mét lidwoord om te zetten naar het of de. Een man = de man, een strand of een gras bestaat niet, dus dat wordt het strand en het gras.

4. Sowieso, zowiezo en zo-en-zo

Veel mensen gebruiken ‘sowieso’ zonder te weten wat het betekent. Daarom voor eens en altijd de betekenis: ‘in elk geval’. Het is afgeleid van het Duits, bij onze buren betekent sowieso ‘op die manier’.

De juiste schrijfwijze is sowieso, dat was je vast wel duidelijk. Maar het wordt ook vaak als zowiezo en zelfs als zo-en-zo geschreven. Andere schrijfwijzen zijn so wie zo, sobieso of sowiso. En zelfs soberso, wat weer aan een sorbet doet denken (heb je er al zin in?)

Sowieso is de enige juiste schrijfwijze. Je spreekt het uit zoals je het schrijft, dus niet met een Z maar met een S.

5. Mijn werkgever of me werkgever

Een van de meest ergelijke grammaticale fouten op social media is ‘me moeder’. Of ‘me hond’, me smartphone’ of ‘me werkgever’.

Mijn is een bezittelijke voornaamwoord. Wanneer het jouw werkgever is, dan spreek je over ‘mijn werkgever’. Me is geen bezittelijke voornaamwoord, dus ‘me werkgever’ kan nooit.

Maar waar komt het veelvuldig gebruik van me dan vandaan? Mijn wordt vaak afgekort tot m’n, zowel in de schrijf- als spreektaal. Uiteindelijk hebben mensen het m’n verbasterd tot ‘me’. Zo is deze grammaticale fout ontstaan.

6. Door de war zijn

Ik kan me voorstellen dat je door al die grammaticale fouten door de war bent. Toch klopt dit niet, want je kunt in de war zijn of je haalt iets door elkaar. Bijvoorbeeld:

  • Ik ben in de war van jouw uitleg
  • Ik haal de spelregels door elkaar

Je kan dus nooit door de war zijn, maar wel in de war zijn en iets door elkaar halen. Ben je nu nog in de war, of valt dit wel mee?

7. Iets tegen het kind vertellen

Natuurlijk wil je iets tegen je kind, vriend of collega vertellen. Maar dat doe je niet, want je zegt iets tegen iemand of je vertelt iets aan iemand. Let goed op de verschillen:

Tegen iemand zeggen of aan iemand vertellen

Haal deze twee grammaticale fouten niet door elkaar, anders kom je echt als een gekke koe over.

8. Het kost gratis

Toen mijn zoon online Nederlandse les had, hoorde ik de docente uitleggen dat ze gebruik konden maken van een speciaal programma. Een leerling vroeg wat de kosten hiervan waren en de docente zei ‘het kost gratis’. Voor een docent Nederlands een kwalijke grammaticale fout. Maar waarom?

Het kost niets of het is gratis. Maar dat het duur kost of gratis kost, dat kan grammaticaal gezien niet. Overigens kan iets wel veel kosten of juist weinig. Dus:

  • Het kost niets
  • Het is gratis
  • Het is duur
  • Het kost veel

9. Het weegt zwaar

Misschien weegt dit hele artikel wel zwaar, en heb je moeite om alles te volgen. Heb je de grammaticale fout in de vorige zin ontdekt? Iets is zwaar of het weegt veel. Dus: hij is zwaar of die zak weegt veel. En met ‘zak’ verwijs ik niet naar ‘hij’, mocht iemand zich nu aangesproken voelen.

10. Laten we het artikel nachecken

Heb je zelf een artikel of blog geschreven? Veel tekstschrijvers willen dit voor jou nog wel even ‘nachecken’ en kijken of er geen grammaticale fouten in staan. De eerste fout die de tekstschrijver maakt is door te zeggen dat hij je artikel ‘nacheckt’.

Je kunt iets nakijken of checken. Maar nachecken, dat is feitelijk niet goed. Toch wordt dit woordje steeds vaker geaccepteerd. Misschien omdat velen niet in de gaten hebben dat het fout is, of omdat we niet meer zo moeilijk willen doen.

Door de ultieme koe-test

Hoeveel van bovenstaande grammaticale fouten maak je met regelmaat? Tel ze bij elkaar op en bekijk hieronder de uitslag:

1-3 fouten: je bent een doodnormale koe. Je mag gewoon in de wei blijven grazen en genieten van alle liefde die je van andere koeien krijgt.

4-7 fouten: af en toe jeuken je uiers en tegelijkertijd rinkelt de bel om je nek. Je weet dat er ergens iets fout zit, maar kunt er je hoef niet op leggen. Het is helemaal niet gek om advies aan de andere koeien te vragen, wie weet kunnen ze je helpen zodat je weer een doodnormale koe wordt.

8-10 fouten: er gaat geen dag voorbij zonder gekke bokkensprongen, denken dat het gras rood is en jezelf proberen te melken. De boer denkt dat je de gekkekoeienziekte hebt, maar je koeienmaatjes weten wel beter. Er is geen redden meer aan, maar gelukkig heb je er zelf weinig last van. Stiekem ben je een heel gelukkige koe.


Bianca schreef meer dan 50.000 artikelen voor het internet. "SEO is mijn missie, ik help anderen om hoger in Google te komen". Met zoveel geschreven onderwerpen, SEO- en marketingkennis is ze het startpunt voor elke (nieuwe) website. Een opdracht plaatsen of meer weten over de voordelige tarieven? Vraag vandaag nog de tarievenkaart aan.

Schuiven naar boven